Het programma voor de international MicroNanoConference 2021 is nog niet geheel gevuld, maar een deel van de sprekers is bekend vanuit wetenschap en industrie. Op 2 en 3 december 2021 kijken we uit naar een live event in Utrecht waar wij u graag ontmoeten op de congresvloer van de Jaarbeurs.

Het thema van dit jaar is: From science to market – scale-up in nanotech

Met de volgende sub sessie thema’s:

  • Nano4Health & Life Sciences
  • Nano4Agri& Food
  • Scale-up in nanotechnology
  • Miniturization in nanotechnology
  • Manufacturing in nanotechnology
  • Life after PhD

De registratie is nu open met tickets voor een  early bird prijs en het is nu ook mogelijk om een abstract in te dienen voor een poster of oral presentation tijdens de conferentie. Lees meer over eht programma, tickets en abstract submission op de iMNC21 website.

Voor bedrijven die de  micro- nano community willen ondersteunen en daarbij hun eigen bedrijf in de spotlight willen zetten, komt binnenkort de sponsor en exposanten folder online.

Lees meer: micronanoconference.org

Onderzoekers van de Technische Universiteit Eindhoven en het Radboudumc hebben verschillende botcellen met elkaar verweven tot een ‘organoid’ die zelfstandig nieuw, hard botweefsel kan maken. Het is het meest complete 3D-model van botvorming tot nu toe. Het 3D-model maakt het mogelijk de belangrijkste biochemische processen in ongekend detail te bestuderen en zou kunnen helpen bij het ontrafelen van de vele mysteries rond botvorming. Bovendien is het in het laboratorium gekweekte bot bijzonder geschikt voor het testen en ontwerpen van nieuwe behandelingen voor botziekten zoals osteoporose of osteogenesis imperfecta.

Stel je voor dat je stamcellen uit je beenmerg gebruikt om een ​​nieuw stukje botweefsel in het laboratorium te laten groeien, waarna artsen onderzoeken hoe bepaalde medicijnen je botweefsel beïnvloeden. Op deze manier kan er voor u, en eventueel voor iedereen, een behandelplan op maat gemaakt worden. Welkom in de wereld van gepersonaliseerde geneeskunde.

Deze visie op medicijnontwikkeling is geen sciencefiction meer nu onderzoekers van de Technische Universiteit Eindhoven en het Radboudumc het eerste deel daadwerkelijk hebben gerealiseerd: het kweken van een levensecht stukje botweefsel uit menselijke stamcellen. Het is de eerste organoid van bot, een vereenvoudigde versie van het oorspronkelijke bot, en de onderzoekers rapporteren er vandaag over in de journal Advanced Functional Materials.

Sandra Hofman

Sandra Hofmann: “We show that we can make lifelike bone exclusively with two cell types.” Image: Vincent van den Hoogen

SAMENHANGEND BEELD

“Hiermee geven we voor het eerst het volledige beeld van de botvorming in een vroeg stadium”, zegt Sandra Hofmann, universitair hoofddocent Bioengineering Bot van de TU / e. En dit is van groot belang, vooral omdat het proces waardoor botten ontstaan ​​nog grotendeels een mysterie is. Bot is een zeer complex materiaal waarin enerzijds talloze cellen en processen op elkaar inwerken en anderzijds een ingenieuze matrix van collageen en mineraal wordt opgebouwd om materiaalsterkte te geven. Over de afzonderlijke componenten is veel bekend, maar een samenhangend beeld ontbrak tot nu toe.

Drie soorten cellen spelen de hoofdrol bij botvorming: osteoblasten (die botweefsel opbouwen), osteoclasten (die bot wegnemen) en osteocyten (die de opbouw en afbraak van bot reguleren). “De meeste onderzoeken hebben zich tot nu toe gericht op een van deze celtypen, maar dat is geen goede weergave van het echte weefsel”, zegt Hofmann. “We presenteren hier een stuk geweven bot (bot in een vroeg stadium) dat is ontstaan ​​uit stamcellen en twee soorten botcellen bevat: osteoblasten en osteocyten. We zien nu dat we alleen met deze twee celtypen levensecht bot kunnen maken.”

Een klein deel van de botorganoïde, gereconstrueerd met 3D-elektronenmicroscopie. De kleuren geven verschillende cellen aan die zijn verbonden om het osteocytnetwerk te vormen, ingebed in de collageenmatrix (cyaan).

WIJZER WORDEN VAN MOLECULAR POKING

“En misschien nog wel belangrijker: ons systeem gedraagt ​​zich net als bot in een vroeg stadium”, zegt Anat Akiva, universitair docent Celbiologie aan het Radboudumc. “We laten zien dat beide typen cellen de eiwitten produceren die de cellen nodig hebben voor hun functionaliteit, en we laten met het grootste detail zien dat de matrix eigenlijk de botmatrix is ​​die we in echt weefsel zien.”

Dat een vereenvoudigde weergave van botvorming op moleculair niveau nu mogelijk is, biedt volgens de onderzoekers ongekende mogelijkheden. “Een bot bestaat voor 99% uit collageen en mineralen, maar er is ook nog eens 1% eiwitten die essentieel zijn voor een succesvolle botvorming”, legt hoogleraar Nico Sommerdijk van Radboudumc uit. “Dus wat is de rol van deze eiwitten? Hoe ondersteunen ze botvorming? Nooit eerder hebben we de mijlpalen van dit proces op moleculair niveau kunnen bekijken.”

En daarmee hebben ze meteen een mooi startpunt om de oorzaak van genetische botziekten als ‘broze botziekte’ en hun mogelijke behandelingen te onderzoeken. “Onthoud dat de oorsprong van veel ziekten op moleculair niveau ligt – en dat geldt ook voor de behandeling”, zegt Akiva. “In feite hebben we nu een eenvoudig systeem in een betrouwbare omgeving waar we kunnen rondneuzen en zien wat er gebeurt.”

REFERENCE

Anat Akiva et al., An Organoid for Woven Bone, Advanced Functional Materials (9 March 2021). DOI:10.1002/adfm.202010524

Bron: hDMT Technology news

NWO-Perspectief-subsidie van 4,8 miljoen euro voor breed consortium onder leiding van TU/e-hoogleraar Jaap den Toonder om een hoognodige universele standaard voor de farmaceutische industrie te ontwikkelen.

Klik op de afbeelding om het NWO-filmpje te bekijken. Afbeelding: hDMT.

Wetenschappers bouwen voortvarend aan zogeheten ‘organen-op-chips’; kleine chips met menselijke cellen, om bijvoorbeeld kankeruitzaaiingen in de bloedbaan of de ontwikkeling van littekenweefsel te bestuderen, of om het effect van medicijnen of voeding buiten een mensenlichaam te testen. Om de stap naar de industrie te zetten, gaat een collectief van tientallen onderzoeksgroepen, bedrijven en kennisinstellingen, samengebracht door het orgaan-op-chip consortium hDMT, bouwen aan een universele standaard, ondersteund door een NWO-Perspectief-subsidie van bijna vijf miljoen euro. Het uiteindelijke doel in de toekomst: het aan elkaar koppelen van meerdere orgaanchips om een heel lichaam te kunnen simuleren.

Wie bij chips alleen maar aan computers denkt, komt tegenwoordig bedrogen uit. Een orgaan-op-een-chip bestaat meestal uit een plastic plaatje met geïntegreerde microkanaaltjes en -kamertjes. Binnenin groeien complexe weefsels van menselijke cellen in een omgeving die het menselijk lichaam nabootst maar met het blote oog nauwelijks zichtbaar is.

Een minieme hoeveelheid vloeistof stroomt langs de levende cellen om ze van voedingsstoffen te voorzien. Een pompje zorgt voor de aan- en afvoer ervan. Sensoren in de chip meten hoe de cellen reageren en actuatoren brengen veranderingen aan. Bijvoorbeeld een andere druk, mechanische kracht, zuurstofniveau of stroomsnelheid.

Een voorbeeld van een orgaan-op-een-chip, een plastic plaatje met geïntegreerde microkanaaltjes waarin complexe weefsels van levende cellen bestudeerd kunnen worden. Foto: Bart van Overbeeke, TU Eindhoven.

Door vervolgens een medicijn, voedingsmiddel of cosmetisch product toe te voegen, kunnen de onderzoekers nagaan hoe de weefsels hierop reageren. De chip past perfect onder een lichtmicroscoop, om eenvoudig én live het proces te kunnen volgen.

Opschaling stokt door ontbreken universele standaard

Op dit moment worden de chips vooral gebruikt door onderzoekers, om beter te begrijpen hoe de cellen zich gedragen in hun micro-omgeving of hoe ziektes zich ontwikkelen en zich door het lichaam verspreiden. In Eindhoven werken ze bijvoorbeeld aan kanker-op-een-chip (zie het filmpje hieronder) en aan zenuwstelsel-op-een chip.

In dit filmpje is te zien hoe de kankercellen uit het eerste orgaan uitzaaien via de bloedbaan, om zich vervolgens te nestelen en te vermeerderen in het tweede orgaan. Via deze orgaan-op-een-chiptoepassing kunnen onderzoekers nauwkeurig volgen wat er gebeurt, om zo het proces van kankeruitzaaiingen beter te begrijpen. Animatie: ICMS animatiestudio. 

Van grootschalig gebruik door farmaceuten is nog geen sprake omdat een universele standaard ontbreekt. Er zijn namelijk vele soorten chips, elk met een ander ontwerp, afmeting en van een ander materiaal. Bovendien zijn de chips moeilijk in te passen in de pijplijn van de farmaceutische industrie en is de opschaling naar grotere aantallen erg lastig. Kortom: ze zijn ontwikkeld voor onderzoek, niet voor de industrie.

Daar willen tien onderzoeksgroepen van acht universiteiten, verenigd in het Nederlandse orgaan-op-chip consortium hDMT, nu verandering in brengen. Dit doen zij samen met 21 bedrijven, drie kennisinstellingen en twee stichtingen. Onder leiding van hoogleraar Microsystemen Jaap den Toonder van de TU Eindhoven gaan ze een gestandaardiseerd en modulair platform ontwikkelen voor organen-op-chips: de ‘SMART Organ-on-Chip’. Daarvoor ontvingen ze op 10 maart de ‘Perspectief’-subsidie van NWO van 3,4 miljoen euro. De partners investeren daarnaast ook nog eens 1,4 miljoen euro in het project.

Schadelijke medicijnen vallen eerder af

Farmaceuten kunnen veel baat hebben bij het gestandaardiseerde platform. De ontwikkeling van een nieuw medicijn kost namelijk minimaal 10 jaar en miljarden euro’s. Dat langdurige en kostbare proces is het gevolg van de verschillende fasen die het nieuwe geneesmiddel moet doorlopen. En 80% van de veelbelovende medicijnen valt in de laatste fase alsnog af.

Den Toonder: “Als je de medicijnen direct kunt uittesten op een realistisch menselijk orgaan-op-een-chip model, waarbij de complexiteit van het lichaam meteen wordt meegenomen, dan kun je schadelijke of niet-werkende medicijnen veel eerder in het proces elimineren zodat veel kosten worden bespaard”.

Chips aan elkaar koppelen

Om de chips te kunnen standaardiseren bouwen de onderzoekers een ‘docking’-plaat met een standaardafmeting, waarin de vloeistofkanalen en de elektronica zitten. Vervolgens kunnen de chips er als modules op worden geklikt.

Zo zijn er weefselchips waarop de cellen in de juiste micro-omgeving zitten, en technische chips met innovatieve vloeistofpompjes en fysische en chemische sensoren. Den Toonder: “Dat maakt het systeem flexibel, je kunt de chips er in elke gewenste combinatie op klikken, afhankelijk van het type orgaan dat je wilt onderzoeken en de vraag die je wilt beantwoorden.”

Een visuele representatie van één weefselchip van huid en haar, en twee technische chips, die precies op de ‘docking’-plaat en aan elkaar kunnen worden geklikt. Afbeelding: hDMT.

Het hele systeem sluit aan bij de farmaceutische processen en biomedische R&D. Bijvoorbeeld om te kunnen werken met pipetteerrobots en ingewikkelde microscopische technieken. Bovendien wordt het een toegankelijke ‘open-technologie’, zodat ook andere bedrijven hun eigen toepassingen kunnen ontwikkelen en toevoegen aan het bestaande platform.

Den Toonder: “Door verschillende orgaan-op-een-chip modellen aan elkaar te koppelen, kunnen we uiteindelijk ook de interacties tussen organen nabootsen. Dat is heel belangrijk, want organen functioneren in een lichaam niet op zichzelf. We hopen op termijn chips van alle organen van het menselijk lichaam te kunnen ontwikkelen, koppelen en onderzoeken. Onze uiteindelijke droom is dan ook een lichaam-op-een-chip, waarmee je bijvoorbeeld de werking van een nieuw medicijn in alle organen kunt bestuderen. Zo kun je tegelijk zien of de lever het medicijn niet afbreekt, of de darmen niet beschadigen en of er geen hartproblemen ontstaan.”

Littekens bestuderen

De onderzoekers richten zich in het Perspectief-programma in het bijzonder op de ontwikkeling van littekenweefsel: fibrose. Naast mooi geheelde littekens, schiet fibrosevorming bij organen soms door tot woekerende bindweefselgezwellen. Daarbij speelt de omgeving van het orgaan een grote rol. Het is daarom cruciaal om bij het bestuderen van dit proces die omgeving mee te nemen in de orgaan-op-een-chipmodellen.

Juist die complexiteit heeft tot nu toe een goed model om fibrose te bestuderen in de weg gestaan. Het team bouwt daarom nu weefselchips van darm, huid en gewrichten om de processen op systeemniveau te kunnen bestuderen.

Een visuele representatie van de universele standaard in de praktijk. De docking-plaat met daarop drie chips, past precies onder een eenvoudige microscoop. Via de computer worden de verschillende sensoren en actuatoren aangestuurd. Afbeelding: hDMT.

Den Toonder: “De NWO-Perspectief-subsidie geeft ons de mogelijkheid om de brede multidisciplinaire groep wetenschappers die je nodig hebt voor zo’n ontwikkeling samen te brengen met industriële partners, van maakindustrie tot eindgebruikers.” Den Toonder werkt als werktuigbouwkundige aan de TU Eindhoven zelf binnen het Institute for Complex Molecular Systems (ICMS).

Het juiste medicijn voor die ene patiënt

Naast de farmaceutische industrie, kan ook het opkomende onderzoeksveld van gepersonaliseerde geneeskunde flink profiteren van de gestandaardiseerde orgaan-op-een-chip-technologie. Medicijnen worden nu ontwikkeld voor de gemiddelde persoon, en werken als je geluk hebt maar bij één op de vier mensen. Er zijn zelfs medicijnen op de markt die maar bij één op de twintig personen aanslaan. Als je een paar potentiële medicijnen vooraf kunt uittesten op cellen van die patiënt waarvoor je de behandeling zoekt, kun je direct het juiste medicijn voor de juiste persoon toedienen.

Maar ook buiten de gezondheidszorg vinden de nieuwe chips een industriële toepassing. Denk bijvoorbeeld aan een huid-op-een-chip waar je de bijwerkingen van cosmetica kunt uittesten, of een darm-op-een-chip om allergieën voor een nieuw voedingsmiddel te toetsen. Een bonus van orgaan-op-een-chiptechnologie is dat het aantal dierproeven op termijn flink teruggebracht kan worden.

Het Nederlandse orgaan-op-chip consortium hDMT heeft de volgende partners voor dit NWO-Perspectief-programma bijeengebracht: Amsterdam UMC/VUmc, Technische Universiteit Delft, Technische Universiteit Eindhoven, UMC Utrecht, Universiteit Leiden, Universiteit Maastricht, Universiteit Twente, Wageningen University & Research, 300MICRONS, Applikon, BioLamina, Convergence, Demcon, Galapagos, Genmab, Hy2Care, IBA Lifesciences, ibidi, Life Science Methods, LipoCoat, Micronit Microtechnologies, OnePlanet Research Center/imec, Poietis, PolyVation, Stichting Proefdiervrij, provio, Qurin Diagnostics, ReumaNederland, RIVM, Spektrax, TissUse, TNO, Unilever Safety & Environmental Assurance Centre, Ushio INC. 

 

Bon: TU Eindhoven news item

Persbericht Rijksoverheid

Zes consortia van bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen en overheden gaan de komende jaren werken aan onderzoek gericht op technologische innovatie met economisch potentieel. Ze hebben binnen het Perspectief-programma van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in totaal 22 miljoen euro vanuit het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) toegekend gekregen voor innovatief onderzoek. De 138 betrokken bedrijven en maatschappelijke organisaties dragen daarnaast tien miljoen euro bij uit eigen middelen.

Economische en maatschappelijk impact

De zes toegekende programma’s richten zich op een nieuwe generatie optische breedbandverbindingen, het winnen van bruikbare stoffen uit industriële afvalstromen, het ontwikkelen van lichtere materialen voor CO2-reductie in transport, het standaardiseren van het maken van stukjes menselijk orgaan op een chip, het voorkomen van zoetwatertekorten door betere zuiveringstechnieken en het koppelen van data voor slimmere elektriciteitsnetwerken die helpen bijdragen aan de energietransitie.

Perspectief is een programma dat wetenschappers uitdaagt om in samenwerking met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties nieuwe onderzoekslijnen op te zetten met economische en maatschappelijke impact. Perspectief heeft als doel een bijdrage te leveren aan het creëren van economische kansen binnen de sleuteltechnologieën en de maatschappelijke thema’s van het missiegedreven innovatiebeleid.

Ontwikkeling van nieuwe technologieën cruciaal

Staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat): “Innovatie is de basis voor onze toekomstige banen en inkomsten. Daarom blijft het noodzakelijk om onderzoek actief te financieren en samenwerking tussen ondernemers, onderwijs, wetenschap en overheden te stimuleren. We richten ons daarbij op grote maatschappelijke uitdagingen, bijvoorbeeld op het gebied van zorg en de energietransitie. Ontwikkeling van nieuwe technologieën is hierbij cruciaal. Oog hebben voor de toekomst is ook nodig om ons uit de coronacrisis te kunnen innoveren en de Nederlandse economie te versterken.”

De samenstelling van de consortia is kenmerkend voor Perspectief: alle spelers die nodig zijn om te komen tot bruikbare oplossingen in de praktijk nemen deel. Zo zijn bij het programma gericht op toekomstige slimme elektriciteitsnetwerken niet alleen technologiebedrijven en technisch dienstverleners, maar ook de drie grootste Nederlandse netwerkbeheerders betrokken. Bij het programma dat zoetwatertekorten wil oplossen werken de onderzoekers zowel met ingenieursbureaus en waterbedrijven samen, als met waterschappen, gemeentes en provincies.

Janny van der Eijnden

During the online cluster meeting ‘Components’ organized by FHI, Industrial Electronics on Wednesday 2 September 2020, Dr Janny van den Eijnden-van Raaij, Managing director hDMT (Dutch Organ-on-Chip Consortium) will take you on a journey through the developments of Organ-op-Chip technology. In this cluster, members of FHI discuss market developments, the future of the market and challenges in an informal setting.

Organ-on-chips are microfluidic devices with living cell structures that, under controlled conditions, can mimic the dynamics, function and physiological response of an organ. These cells may be derived from stem cells from a healthy individual or patient, thus bringing their genetic properties into the chip. Organs-on-Chips can thus serve as tools for personalized medicine, but also as test systems for the development of drugs by pharma, as well as for food supplements, cosmetics and chemicals. This promising technology meets the need for better model systems than current conventional cell cultures and animal models.

Under the leadership of hDMT, the Dutch Organ-op-Chip consortium, a European roadmap has been drawn up, describing the steps to be taken to put the Organ-on-Chips into practice and market them. The main challenges are the qualification and standardization of the models.

hDMT takes the lead in setting up independent test centers, where newly developed Organ-on-Chips are characterized and qualified for a specific purpose.

Following the example of the Electronic Components and Systems industry, open technology platforms are being developed for standardization, offering a standardized interface and control for microfluidic chips from different makers. Within the framework of the roadmap, the recently established European Organ-on-Chip Society is committed to the acceptance of the Organ-op-Chip models by regulatory bodies and end-users by promoting dialogue between all stakeholders.

Sign up for the cluster meeting at FHI website.

Niet alleen de longen ondervinden ernstige schade door COVID-19, bij een deel van de patiënten ook het hart. De oorzaak is nog niet duidelijk. Door hartweefsel op een ‘organ-on-chip’ bloot te stellen aan het virus én aan de medicatie die wordt gebruikt, ontstaat een snel en gepersonaliseerd beeld van de oorzaken, en mogelijk ook de remedies. Het ‘Organ-on-Chip Center Twente’ van de Universiteit Twente trekt daarvoor samen op met het Leids Universitair Medisch Centrum en de ondernemingen River Biomedics en NCardia, om deze kennis snel beschikbaar te maken.

Organ-on-chip systemen bieden de mogelijkheid om een miniatuurversie van een orgaan te bouwen. Dit mini-orgaan, meestal gevormd vanuit stamcellen, functioneert in een omgeving die lijkt op het echte lichaam dankzij een stelsel van vloeistofkanaaltjes en -reservoirs. Via die weg zijn ook andere stoffen toe te voegen, zoals medicatie. Voor het hart zijn er intussen modelsystemen die gebaseerd zijn op human pluripotent stem cells. Die kunnen volgens de onderzoekers ook ingezet worden voor tests met COVID-19 medicatie. En met modellen van het virus zélf: wat is het – tot nu toe onbegrepen – effect van het virus op het hart?

Snel en gepersonaliseerd

De grote voordelen zijn dat de resultaten snel beschikbaar zijn en dat zelfs het effect op de individuele patiënt zichtbaar wordt, bij gebruik van diens eigen cellen en bloed. Een gepersonaliseerde behandeling is dan mogelijk. De basis van het systeem is nu al beschikbaar, daar kan naar verwachting vlot op worden voortgebouwd. Doordat organ-on-chip systemen direct met menselijk weefsel werken, is een voordeel ook dat minder proefdieren nodig zijn.

In het project ‘MONACO-sprint’, modeling and attacking COVID-19 with Organs-on-Chips werken onderzoekers van het nieuwe Organ-on-Chip Center van de UT samen. Dit is een samenwerking van het TechMed Centre en het MESA+ Instituut van de UT.  De onderzoekers werken ook samen met collega’s van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Partners uit het bedrijfsleven zijn de UT-spin-off River Biomedics en de in Leiden gevestigde onderneming NCardia. Het project wordt financieel ondersteund door Health~Holland.

Bron: nieuws University of Twente

NOCI Blog by Dennis Nahon NOCI PhD-student at LUMC

The COVID-19 pandemic is having a huge impact on every aspect of our lives. From the burden on our personal life to the restrictions it has put on our working life. We, as Organ-on-Chip (OoC) researchers haven’t been spared and most of us have only been able to show off our practical skills in alternative forms. While this has probably resulted in the creation of beautiful cakes and unlocking of legendary achievements on the PlayStation, it has not been the societal impact we were looking for. Having said this, it hasn’t been a surprise to see a range of initiatives regarding COVID-19 research from our OoC field. In this way, supporting the millions of people worldwide suffering from the virus and as a bonus proofing its added value to the scientific spectrum.

Within the NOCI-consortium, several labs have already made the effort to accommodate COVID-19 research while complying to the strict safety regulations set by the government. The Clevers group used their human small intestinal organoids to demonstrate that the SARS-CoV-2-virus can replicate in intestinal epithelial cells. The University of Twente is setting up a collaboration with the University of Leiden and University of Nijmegen to develop a platform to study COVID-19 in their heart-on-chip and lung-on-chip model.

In the meantime, the University Medical Center Groningen is setting up a collaboration between their geneticists and virologists to study the effect of COVID-19 patient plasma on endothelial cells. Looking beyond our consortium, there have been several OOC groups repurposing their tools to study COVID-19. One example is the combined effort of the National Research Council of Canada and the University of Toronto. Here they are adapting the previously established models in the lab of Milica Radisic, to study the interaction between the virus and various epithelial barriers such as nose, mouth, eyes and lung. Furthermore, there is a great effort from the Wyss institute, led by Donald Ingber, to demonstrate the applicability and flexibility of OOC models. Their recent preprint in BioRxiv shows great promise in the application of their lung-on-chip model in gaining knowledge about the virus and testing the efficacy of potential drugs.

Overall, it will still be an alien world for some time to come. A new way of working for everyone, adjusting to new regulations and protocols to keep our society healthy. Amongst this, the OoC research is an inspiring example of trying to make the most out of difficult times.

Additional reading

Source: NOCI, The Netherlands Organ-on-Chip Initiative project

NOCI logo