Op deze pagina vind je in het kort de belangrijkste informatie over deze ronde. Lees voordat je een aanvraag gaat schrijven altijd de handleiding (call for proposals). Zodra de ronde is opengesteld, vind je alle benodigde documenten onderaan deze pagina.

Beoordelingscriteria

Een aanvraag wordt beoordeeld op 3 criteria:

  • Vraagarticulatie
    Is de onderzoeksvraag aantoonbaar gebaseerd op de vraag uit de beroepspraktijk?
  • Netwerkvorming
    Bevat het consortium de relevante partijen om de onderzoeksvraag te beantwoorden en zorg te dragen voor verdere verspreiding van de onderzoeksresultaten, zowel in het mkb als in de beroepsopleidingen?
  • Onderzoeksplan
    Bouwt het onderzoek voort op state-of-the-art kennis, passen de onderzoeksmethodieken bij de onderzoeksvraag, is het onderzoek navolgbaar en is de projectplanning en -organisatie realistisch?

In de beoordeling van een aanvraag weegt het onderzoeksplan mee voor 50%, vraagarticulatie en netwerkvorming elk voor 25%.

Eisen aan consortiumpartners

  • Het onderzoeksproject wordt uitgevoerd door een consortium dat naast de hogeschool ten minste bestaat uit 6 mkb-ondernemingen, aangevuld met een brancheorganisatie of een andere organisatie die het stimuleren van innovatie in het mkb in haar doelstellingen heeft staan. Van de vereiste 6 mkb-ondernemingen moeten er minimaal 5 in Nederland gevestigd zijn.
  • Het personeel van een hogeschool onderhoudt geen directe familiebanden met en/of heeft geen zakelijke belangen bij de betrokken mkb-ondernemingen.
  • Zzp’ers kunnen in plaats van mkb-ondernemingen deel uitmaken van het consortium. Een zzp’er moet dan wel deel uitmaken van een collectief dat zich aantoonbaar richt op innovatie en/of economische groei.
  • De consortiumpartners, waaronder de hogeschool zelf, dragen ten minste 50% bij aan de totale projectkosten. De cofinanciering kan zowel in geld of natura plaatsvinden.

Algemene subsidievoorwaarden

Als aanvrager ben je verantwoordelijk voor het maken van afspraken met de consortiumpartners over de toegang tot en de rechten op onderzoeksresultaten en, indien van toepassing, over intellectueel eigendom. Ook moet je afspraken maken over open access publicaties en datamanagement en de ethische aspecten van je onderzoek.

Start en uitvoering project

Is je aanvraag toegekend? Dan start je project tussen september 2021 en januari 2021. Gedurende de looptijd van het project ben je verplicht om Regieorgaan SIA op de hoogte te houden van de vorderingen van het project. En van eventuele wijzigingen in de samenstelling van het consortium of veranderingen in het onderzoek ten opzichte van het oorspronkelijke onderzoeksplan. Lees meer over de monitoring van je project op onze pagina over projectbeheer.

Indienen via ISAAC

Je kunt je aanvraag alleen indienen via ISAAC. ISAAC is het digitale aanvraag- en rapportagesysteem van NWO. In ISAAC vind je altijd de juiste en meest actuele formulieren voor je aanvraag. De formulieren aangeboden op deze website zijn een voorbeeld. Bekijk onze pagina over ISAAC voor praktische informatie over het systeem.

Voor meer informatie en documenten ga naar RAAK MKB.

Koninklijke DSM, een wereldwijd bedrijf dat vanuit wetenschappelijke basis actief is op het gebied van gezondheid, voeding en duurzaam leven, en de TU Delft, met haar reputatie als een van de beste universiteiten ter wereld op het gebied van biotechnologisch onderzoek, kondigen de oprichting aan van het Artificial Intelligence Lab for Biosciences (het AI4B.io Lab). Dit laboratorium is het eerste in zijn soort in Europa dat kunstmatige intelligentie (KI) toepast op volledige bioproductie, van de ontwikkeling van microbiële stammen tot grootschalige industriële procesoptimalisatie en planning.

Het AI4B.io Lab is onderdeel van het Innovation Center for Artificial Intelligence (ICAI) dat zich ervoor inzet om Nederland aan de top te houden op het gebied van kennis en talentontwikkeling in kunstmatige intelligentie. Het laboratorium wordt geleid professor Marcel Reinders, directeur van het TU Delft Bioengineering Institute. DSM beschouwt biowetenschappen als een belangrijk hulpmiddel om klimaatverandering en grondstoffen schaarste aan te pakken en wereldwijd het voedselsysteem te verbeteren. Het bedrijf investeert daarom de eerste vijf jaar 2,5 miljoen euro in het laboratorium.

Met meer dan 150 jaar ervaring heeft DSM een uitgebreid portfolio opgebouwd van duurzame, biotechnologische oplossingen die ondersteunen bij de aanpak van een aantal grote maatschappelijke uitdagingen. Toegenomen kennis van biologie en enorme vooruitgang op het gebied van digitale transformatie, bieden vandaag de dag fascinerende mogelijkheden voor nieuwe biotechnologische producten, toepassingen en productieprocessen. Door biowetenschappen en digitale technologieën te integreren, kan de tijd die wordt besteed aan innovatiecycli – van prototype tot finetunen en vermarkten – worden verkort.

GEWENST DOEL KOMT DIGITAAL TOT LEVEN

Van oudsher is wetenschappelijk onderzoek een proces van trial and error in meerdere deelonderzoeken die gezamenlijk toewerken naar een specifiek doel, zoals een nieuw product of een nieuwe productietechnologie. Wat KI zo uniek maakt, is dat het wetenschappers in staat stelt dit proces om te keren. Het gewenste doel wordt tot leven gebracht in een digitale omgeving met behulp van digital twins, een virtuele en levensechte versie van de gewenste situatie, en met toepassing van machine learning wordt inzichtelijk op welke manier die situatie kan worden bereikt. Hoewel KI al op grote schaal wordt toegepast in technologisch onderzoek, bijvoorbeeld om fysieke windturbines of tunnels te vervangen door digital twins, is het AI4B.io Lab het eerste in zijn soort dat de mogelijkheden onderzoekt van KI in de biowetenschappen en bioproductie.

ZONDER SAMENWERKING GEEN INNOVATIE

Intensief samenwerken met partners stimuleert vooruitgang en opent deuren naar nieuwe technologieën. Om die reden besloten DSM met TU Delft samen te werken om het AI4B.io Lab op te zetten en te ontwikkelen. Het wordt het derde ICAI-lab op de TU Delft Campus, naast het AI for Retail Lab Delft van Ahold Delhaize en het AI for Fintech Lab van ING. Ook investeert TU Delft in 24 interdisciplinaire KI-laboratoria op verschillende gebieden om de samenwerking te bevorderen tussen wetenschappers die zich bezighouden met KI en wetenschappers uit andere vakgebieden. Het AI4B.io Lab zal ook samenwerken met Planet B.io, het open innovatie-ecosysteem op de Biotech Campus Delft, bijvoorbeeld door de inzichten uit onderzoek te delen en advies te geven aan biotech startups op de campus. Zowel DSM als TU Delft zijn medeoprichters van Planet B.io.

Met deze intensieve en vergaande samenwerking versterken de partners de positie van Delft als bio-economische hoofdstad van wereldformaat.

Professor Marcel Reinders, Directeur TU Delft Bioengineering Institute: ‘Biotechnologie kan aanzienlijk bijdragen aan het oplossen van grote maatschappelijke problemen zoals klimaatverandering, gezonde voeding voor de snelgroeiende wereldbevolking en schaarste van grondstoffen. KI speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van biotechnologische toepassingen, maar vanuit wetenschappelijk oogpunt gezien zijn er nog altijd veel vragen te beantwoorden op cellulair, laboratorium- en procesniveau. Door ons fundamentele onderzoek te koppelen aan concrete kansen bij DSM, kunnen we onze impact maximaliseren.’

Marcus Remmers, Chief Technology Officer DSM: ‘De TU Delft heeft een bewezen staat van dienst in baanbrekend onderzoek op het gebied van KI, biotechnologie en bio-informatica. DSM is een wereldwijd bedrijf dat op wetenschappelijke basis duurzame biotechnologische producten en oplossingen ontwikkelt voor commerciële doeleinden. Beide partijen vormen daarom de perfecte match om gezamenlijk belangrijke wetenschappelijke en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken.’ 

Cindy Gerhardt, directeur Planet B.io: ‘Bij Planet B.io stimuleren we open innovatie en samenwerking tussen start-ups, ondernemingen en kennisinstellingen om biotechnologische producten en oplossingen te ontwikkelen. Wij zien uit naar de samenwerking met AI4B.io om de potentie van KI en biotechnologie te vergroten.’

In 2021 gaat het MinacNed team door met organiseren van de iMNC-pre-events, na een succesvolle start in 2020. We hebben uw input nodig om ons te helpen bij het organiseren van evenementen waaraan u wilt deelnemen. Elke maand organiseren we een online bijeenkomst voor MinacNed-leden om met elkaar te discussiëren over een specifiek onderwerp van interesse. In een online sessie van 1,5 uur kunnen we gastsprekers uitnodigen en plekken voor bedrijfspresentaties aanbieden aan MinacNed-leden.

We hebben uw input nodig

De pre-event bijeenkomsten worden georganiseerd voor MinacNed-leden. Om elkaar te leren kennen, nieuwe contacten te zoeken en van elkaar te leren. Heeft u een idee voor een thema tijdens een event? Of wilt u een keer meedoen aan de bedrijfspitch? Stuur een e-mail naar Aurélie Veltema via a.veltema@minacned.nl.

Er is geen limiet aan het aantal collega’s dat u van uw bedrijf of organisatie meeneemt, alle MinacNed-leden worden uitgenodigd om lid te worden. We sturen de uitnodigingen via direct mail of u kunt zich registreren via de MinacNed-website. Houd de evenementpagina in de gaten voor updates.

Live-evenementen na Corona

Zodra de Corona-crisis voorbij is en we live-evenementen kunnen organiseren, zullen we deze maandelijkse bijeenkomsten op een live-locatie voortzetten. De events worden dan uitgebreid met een netwerkborrel en ook hier bieden wij u de mogelijkheid om andere MinacNed-leden te ontmoeten. We zien u graag online en tijdens onze live-evenementen ter plaatse.

QuTech (een samenwerking tussen TU Delft en TNO), KPN, SURF en OPNT zijn een project gestart om een eerste quantumverbinding in de Randstad een grote stap dichterbij te brengen. De samenwerking richt zich op het verbinden van verschillende quantumprocessoren over een langere afstand in een Nederlands netwerk. Zo willen ze het allereerste volledig functionele quantumnetwerk over glasvezelverbindingen realiseren.

Fundamenteel veilige communicatie

Een quantumnetwerk is een radicaal nieuwe internettechnologie, waaraan baanbrekende toepassingen worden toegeschreven. In een quantumnetwerk worden quantumprocessoren met elkaar verbonden via optische kanalen, wat de uitwisseling mogelijk maakt van zogeheten quantumbits (qubits). Qubits hebben een aantal eigenschappen die ze heel anders maken dan de bits die we nu kennen en gebruiken in klassieke netwerken. Door deze eigenschappen is quantumcommunicatie bijvoorbeeld potentieel immuun voor afluisterpraktijken. Verwacht wordt dat quantumcommunicatienetwerken zich op termijn zullen ontwikkelen naar een mondiaal quantuminternet, dat onder andere veilige communicatie, positieverificatie, kloksynchronisatie en het uitvoeren van berekeningen op externe quantumcomputers mogelijk maakt. Het project moet onder meer nieuwe technieken, inzichten en protocollen opleveren die een quantuminternet dichterbij zullen brengen.

Fundamenteel en industrieel onderzoek

Het realiseren van een quantumnetwerk, dat alle bovengenoemde baanbrekende toepassingen realiseert, is een unieke uitdaging en de focus van de TKI-projectpartners*. Op verschillende plaatsen in de wereld wordt er hard gewerkt aan het realiseren van quantumnetwerken, maar de al gebouwde quantumnetwerken berusten allen nog op een eenvoudigere technologie. Vandaar dat het bouwen van een volledig functioneel quantumnetwerk de focus is van de TKI-partners.

Het quantuminternet ecosysteem van de toekomst

De partijen brengen elk hun eigen expertise in om uiteindelijk te komen tot een programmeerbaar quantumnetwerk. Erwin van Zwet, internet division engineering lead bij QuTech, onderstreept het belang van de samenwerking: “Door samen te werken met deze partners, verwachten we aan het einde van het TKI-project significante stappen te hebben gezet op het pad naar een quantuminternet.”

Hoewel de technologie zich nog in een vroeg stadium bevindt, zien alle vier de partijen het nut om nu al de handen ineen te slaan. Wojciech Kozlowski, een postdoc bij QuTech en verantwoordelijk voor een van de werkpakketten in het TKI-project, legt uit: “Dagelijks zijn we bezig met een antwoord te vinden op de vraag hoe netwerkoperatoren, zoals KPN of SURF, een quantumnetwerk kunnen inzetten en wat voor soort services ze kunnen aanbieden aan hun gebruikers. Hoewel we nog in een vroege ontwikkelingsfase zitten, bouwen we nu al aan het quantuminternet-ecosysteem van de toekomst door samen te werken met deze grote partners. Dit ecosysteem zal cruciaal blijken naarmate ons quantumnetwerk zich tot een volwaardig quantuminternet ontwikkelt.”

Lees meer op de website van QuTech of bekijk het youtube kanaal.

bron: High Tech Holland

To showcase the partners in the nanotechnology ecosytem, MinacNed has worked together with a number of member companies to shoot a promotional video about their company. These videos are now available on the partner profile pages. The video’s give a short pitch and insight in the technology and services that our MinacNed members have to offer to you.

If you are interested to learn more about the member company, you will find the contact information the member page. The following MinacNed members have published a video:

IamFluidics

Lionix International

Surfix

VSParticle

You will find the video via the company logo, which will open a video player in a new window. All videos are produced by Studio Lek.

The medical market can learn a thing from the consumer electronics marketing: reaping the benefits from open platform technologies. Ronald Dekker, senior research scientist at Philips Research, will talk about this subject during his keynote at the Nano4Health track, part of the virtual MicroNanoConference 2020.

By: Dimitri Reijerman, FHI

Dekker, who also works at the Delft University of Technology, has a lot of experience from the development of IC technology, but nowadays his focus is on the integration of complex electronic sensor functionality on the tip of smart catheters at Philips. But during his work, he discovered the problems many medical companies, especially smaller ones, have with bringing high tech products to the market. “I noticed, also in my work at the university, there’s a lot of research going on in smart devices”, Dekker says. “But in the end only a fraction of them reaches the marketplace. We also have this experience at Philips where we’re working on the technology for smart catheters.”

He was intrigued and started to zoom in on this problem: “We started looking at the causes of this issue. Many people may say it’s complicated regulations or the validation processes. But we think the awareness within the medical domain about the concept and benefits of platform technologies is just not there. So everyone is making their own stand-alone product. When we looked at the market for catheters at Philips, we discovered that for every single catheter product a new piece of technology has been developed. This development process is very expensive, nanotechnology in particular. In many cases it takes universities several years and requires tens of millions of euros, while in many domains these investments are just too large to earn them back.”

Especially start-ups have a tough time. Dekker sees this at his labs: “We at Philips have a medical certified clean room. Customers visit our labs, for example with a chip to test for cell sorting and microfluidica. When we made an assessment of these customers, we noticed all forty of them developed their own technology. But these start-ups don’t have the money to bring the final product on the market, so sadly their ideas fail somewhere in the process. This is one of the main reasons why the market for organ-on-a-chip products for example is developing so slowly.”

To solve these issues, medical companies need to look at consumer electronics, Dekker believes: “The market for consumer electronics has solved this problem many years ago by using mostly open platform technologies. When I started working at Philips at the semiconductor department, we initially did all the work ourselves. We produced our own silicon wafers and had our own assembly lines. But we stopped first with making these silicon wafers, because the whole industry realized: this is not a key technology but a platform technology. So only a few specialized companies started making these wafers. Next where photomasks. Nowadays someone with a good workstation and a design kit can start a sole proprietorship in semiconductor technology.”

Dekker and a few colleagues started working on this challenges. “We think it’s possible to develop some platform technologies within the medical domain”, he says. “These platform technologies could be used by multiple users for multiple applications, so it will become possible to create the volumes and revenues needed for sustainable innovation in the future.”

ECSEL program

The ECSEL Joint Undertaking program, an element of the EU’s Horizon 2020 innovation programs, wants to help innovative companies. The ECSEL comity described a few so called ‘light houses’, themes so important you can’t catch them within one project. One of them is health. “Within this lighthouse we are telling the ECS industry about the emerging opportunities in the medical domain. We also want to enlighten the producers of medical devices about the benefits of platform technology, because value is shifting from core technologies to applications, AI, software and solutions. And thirdly: we are developing a community to bring projects together.”

As a derivative of ECSEL, last June the project Moore4Medical was launched. It aims at developing platforms for six emerging domains. “Especially these domains, which are very promising need platform technologies”, Dekker says. “We are already for example developing a smart microwell plate. These plates can contain chips from multiple manufacturers. That’s progress.”

In the end, collaboration is crucial, Dekker thinks: “If European medical companies can work together and develop these new technology platforms, I think they will have an advantage to companies from outside the European Union. And in some fields I see some movement. Within microfluidica there are some foundries who start to offer technologies as a platform. And looking into the future: photonics is a highly interesting technology for medical companies.”

If you want to visit the keynote of Ronald Dekker, please register at the website of the MicroNanoConference 2020.

With 13 new SME deals, the Ministry of Economic Affairs and Climate (EZK) is regionally stimulating small and medium-sized businesses. The € 7.5 million in total from the SME Action Plan gives municipalities and provinces more resources to do what SMEs need in their region. The second batch of SME deals starts today and is worth € 4.5 million.

SME deals are collaborations between municipalities and provinces to strengthen the broad SMEs. With the second batch launching today, the total comes to 22 SMB deals. This is an important action from the SME Action Plan, according to State Secretary Keijzer (EZK):

“Whether it concerns training professionals or strengthening knowledge networks: municipalities and provinces often know best what SMEs need in their own region. That is why I do not want to reinvent the wheel with the SME deals, but we give an extra push to what is already running. In this way, entrepreneurs from 22 regions throughout the Netherlands receive support that is tailored to them. ”

More knowledge sharing for SME

Innovation, international entrepreneurship and knowledge sharing are important themes within this group. For example, the Sm@rt Together SME deal helps companies in the Arnhem-Nijmegen region to digitize. Think of support in the use of digital channels for new sales markets or revenue models.

In the regio of De Peel, knowledge sharing about robotization and digitization appears to be a major challenge for entrepreneurs in the smart manufacturing industry. The project “Digital Peel” inspires and supports companies to share their knowledge and experiences. The future labor market is also being deployed here through internships and career orientation with the platform ‘Internship Region Helmond-De Peel’.

Source: EZK

Read more about the SME Deals in Dutch here.

By Dimitri Reijerman, FHI

Because of the corona pandemic, the international MicroNanoConference 2020 will be a virtual event this year. Professor Maarten Honing, working at the Maastricht University and active in the MicroNanoConference organization, is sharing some highlights of the upcoming conference with us.

Honing says the pandemic has had it’s impact on the industry in general: “The development of new techniques and technology continues, even in this corona crisis. In some cases, even the R&D focus for some companies has changed. We all know the development of rapid corona tests for example. There are about five or more of these tests, and as a chemical analyst I would love to see the real performance of all these test over the next year period, and understand why some of these tests result in false negatives or false positives.”

And there’s the business itself, Honing says: “I also think many smaller companies in the micronano industry have had some financial difficulties, as larger industrial partners slowed down their R&D, as an example. On the other hand, you can design certain technologies at home, from behind your computer, so innovation will always continue.”

Corona has had an interesting influence on the MicroNanoConference this year, the professor says: “We always ask for abstracts or presentations for a new conference. On basis of quality and other aspects we try to group these presentations in overarching themes. With de digital edition this year we are able to send more focused invites to people. This way we get even more focused themes. We also get the opportunity to invite more international speakers.”

According to Honing, there are many highlights during the digital edition: “This year we will have some special sessions. One of them talks about human capital with the central question: ‘How important is human capital for the small manufacturing industry?’ The other one is ‘Creating new business’, where three people who helped start-ups talk about how to get from an idea to a viable company. Which strategies are there to get in business? Which hurdles arise and why do some companies fail? And our poster sessions will be accompanied this edition by pitches. So the scientists can pitch their research in about two to three minutes in separate sessions online.”

There’s one session Honing is really looking forward to: “Some keynote speakers from The Netherlands will sketch their vision about where the micronano industry is going. In this panel discussion titled ‘Vision on nanotechnology’ the attendees will talk about what the Dutch industry needs to be doing. And again, the sessions about funding systems for start-ups and human capital are very interesting from my point of view.”

Registration iMNC2020
Registration for the iMNC2020 is still possible via the site. If you cannot attend the sessions live, you have until January 1, 2021 to watch the sessions again. Register: https://www.micronanoconference.org

 

 

On 3 and 4 December 2020, MinacNed, in collaboration with its partners from micro- and nanotechnology, is organizing the 16th edition of the international MicroNanoConference 2020. This year on a virtual platform where speakers, participants and sponsors meet in online spaces and talk to each other. deal with current topics within the field.

Themes MicroNanoConference

Prior to the iMNC2020, the event organization gave a glimpse into the current playing field during various pre-events. The main themes of the December conference were at the heart of these pre-events. There were discussions about, among other things, safety, food sustainability and cooperation in corona initiatives with public-private partners.

An important theme this year is Nano4Society. In 2019, the Nanovision for 2030 was introduced by Nano4Society, resulting from the national program NanoNextNL. This Nanovision focuses on 4 themes: Nano4Energy, Nano4Agri & Food, Nano4Health and Nano4Security.

During the conference, we will delve deeper into these themes under the guidance of leading keynote speakers. In interactive sessions there is also a lot of attention for recruitment in high-tech companies during corona and for the growth of startups with the help of experts. Central to this are questions such as: What have we learned in 2020? What will we take with us for the coming years?

The full program: https://www.micronanoconference.org/programme

Registration online

In addition to online discussions and key notes, the side program consists of interactive banners, downloads of flyers and of course the personal conversation, whereby old contacts and new leads can be addressed. The iMNC2020 project team is proud to also organize a well-attended conference in 2020 where partners from the micro and nano community will feel at home and can listen to appealing presentations from science and industry.

Registration for the iMNC2020 is still possible via the site. If you cannot attend the sessions live, you have until January 1, 2021 to watch the sessions again.

Register: https://www.micronanoconference.org

Er wordt hard gewerkt aan vaccins die we begin volgend jaar verwachten. Hoe krijgen we die dan snel, zorgvuldig en verantwoord van ‘lab to life’? Heb jij de oplossing voor deze uitdaging?

De coronacrisis duurt voort. Strenge maatregelen in combinatie met verschillende innovatieve oplossingen zijn nodig. Zowel technologische als sociale innovatie, veelal geïntegreerd, dragen bij aan noodzakelijke en gewenst oplossingen.

In Nederland is veel ervaring met vaccinatieprogramma’s (zie hiervoor bijvoorbeeld www.rijksvaccinatieprogramma.nl). De organisatie van vaccinatieprogramma’s is gedeeltelijk centraal belegd, en gedeeltelijk decentraal. Sommige programma’s, zoals de griepvaccinatie, bereiken een schaal van enkele miljoenen gevaccineerden. De schaal waarop het coronavaccin moet worden verspreid beslaat heel Nederland! Bij voorkeur ook een groot deel van de bevolking. Het moet in een zo kort mogelijke periode gebeuren. Tegelijkertijd is robuustheid van activiteiten en informatievoorziening tijdens het vaccinatieprogramma welhaast de allerhoogste prioriteit. Naast verspreiding is dus ook de appreciatie, acceptatie en nauwkeurigheid van de operatie van groot belang, maatschappelijk en economisch.

Dit stelt ons voor een grote logistieke en humanitaire uitdaging.

De Topsectoren Creatieve Industrie, Logistiek, ICT en LSH willen graag de Nederlandse technologische en sociale kennis- en innovatiecapaciteiten activeren voor dit cruciale vraagstuk. We leggen daarom deze kennis- en innovatie-uitdaging neer bij de Nederlandse kennisinstellingen.

De vraag

Ontwerp een integrale logistieke en creatieve oplossing voor een corona-vaccinatieprogramma waarmee snel, zorgvuldig, verantwoord en nauwkeurig in potentie 95% van de bevolking in Nederland kan worden ingeënt.

Randvoorwaarden

Houd rekening met geldende coronamaatregelen en -regels ten aanzien van afstand, groepsgrootte en -diversiteit, looprichtingen, enzovoort. Houd ook rekening met verschillende appreciaties en acceptaties in onze bevolking.

Neem in acht dat de logistieke operatie en de sociale acceptatie ook vragen om informatietechnologische, gezondheid-gerelateerde en social- en servicedesign ingrepen; die gezamenlijk tot de integrale oplossing moeten leiden.

Sommige vaccins vragen een inenting, en sommige twee. Geef duidelijk aan voor welke optie je oplossing is ontworpen.

Houd rekening met de condities waaronder het vaccin vervoerd en opgeslagen dient te worden. In de meeste gevallen zal een vaccin diepgevroren vervoerd en opgeslagen dienen te worden voor een langere levensduur.

Ga ervan uit dat er uiteindelijk voldoende vaccins zullen zijn. Deze vaccins komen binnen op een centrale plek in Nederland. Het verdient aanbeveling om een of meerdere scenario’s te gebruiken voor de fasering van de beschikbaarheid en de acceptatie van het vaccin in de beantwoording van de uitdaging.

Het internationale vervoer van de vaccins is geen onderdeel van deze challenge. Voor transport en opslag van en naar Nederland wordt logistieke kennis al aangewend in een brede taskforce op initiatief van Schiphol, KLM Cargo, Air Cargo Netherlands en TLN (de Task Force Transport en Opslag Covid 19 Vaccin).

Er is een korte termijninspanning aan de gang voor de vaccinatie tegen Covid-19. Dit proces staat onder grote druk, en succes is cruciaal voor onze maatschappij. Het is niet wenselijk om de overheidspartijen, zoals het RIVM, die hierbij betrokken zijn te raadplegen voor deze uitdaging.

We verwachten dat je kwantitatief aantoont dat je oplossing ook daadwerkelijk functioneert en de beloofde prestatie – 95% – haalt.

Waardering

De betrokken topsectoren zullen zich inspannen om de beste drie ontwerpvoorstellen in te brengen in de lange termijn planning voor pandemieën van de Nederlandse overheid. Daarnaast stellen de TKI’s ClickNL, Dinalog, ICT en LSH een bedrag beschikbaar van € 10.000 voor de eerste prijs, en twee maal € 5.000 voor twee tweede prijzen. Binnen de topsectoren zal aan deze uitdaging, de prijsuitreiking, en het aanbieden van de oplossingen via haar gebruikelijke mediakanalen ruimschoots aandacht worden besteed.

Indiening en beoordeling

Deze kennis- en innovatie-uitdaging kent 2 stappen. In de eerste stap vragen we naar de voorlopige aanpak en samenstelling van het kennisconsortium. We stellen hier geen eisen aan, zoals betrokkenheid van private partijen. De deadline voor deze eerste stap is 1 december 2020 om 23:59 uur via het emailadres projecten@dinalog.nl.

De voorstellen zullen worden beoordeeld op kans rijkheid en kennisbijdrage. De desbetreffende aanvragers zullen worden uitgenodigd om hun aanpak uit te werken en in te dienen. De deadline voor deze tweede indiening, in de vorm van een logistiek ontwerp met bijbehorende documentatie, is 31 januari 2021 om 23:59 uur via het emailadres projecten@dinalog.nl

De kwaliteit van ingediende ontwerpen wordt door een onafhankelijke, ter zake deskundige, jury beoordeeld.

De beoordeling zal bekend worden gemaakt op 15 februari 2021 via de website van TKI de TKI’s ClickNL, Dinalog, ICT en LSH.

Overige informatie:

Bron: Topsector Energie